Landschapsfotografie

Geplaatst: 28 oktober 2010 in De basis van fotografie

Licht is het allerbelangrijkste element in landschapsfotografie. Zonder licht kan je namelijk niet fotograferen. Fotograferen betekent immers letterlijk schrijven met licht. Licht kan echter veel verschillende kwaliteiten hebben. Belangrijke elementen van de lichtkwaliteit zijn intensiteit, contrast en kleurwarmte. Het licht voor zonsopkomst en zonsondergang verdient speciale aandacht. De zon is dan niet te zien, maar de eerste zonnestralen reiken wel tot over de horizon. Er kunnen dan prachtige kleuren ontstaan. Een plezierig bijeffect is dat er in deze situatie niet of nauwelijks schaduwen in het landschap te zien zijn.

’s Ochtends en ’s avonds is het licht warmer en zachter dan overdag. Dat komt door de stand van de zon. Bij zonsopkomst en zonsondergang staat de zon laag boven de horizon en laat haar stralen parallel aan de aarde schijnen. Door de laagstaande zon komen onderwerpen in de “spotlight” te staan en er ontstaan lange schaduwen. Ideaal licht om te fotograferen.

Het ligt misschien niet voor de hand, maar ook bij mistig of bewolkt weer kun je prima landschapsfoto’s maken. Wolken en mist filteren het directe zonlicht waardoor het contrast lager is. Er ontstaat diffuus, zacht licht zonder harde schaduwen. Mist en bewolking werken als het ware als een grote softbox. Zeker bij een mistige ochtend waar de zon nog net niet door de mist heen komt, kan een spannend beeld ontstaan.

Een paar uur ná zonsopkomst tot een paar uur voor zonsondergang staat de zon hoog aan de hemel. Het licht is dan veel harder en dat leidt tot hoog contrast. Vaak is dit harde licht niet mooi om te fotograferen. Wat je dan kunt doen is zoeken naar plekken, waar het licht gefilterd wordt. Dit kan bijvoorbeeld onder het bladerdak van het bos zijn. Het midden van de dag is ook een prima periode om lekker rond te struinen en op zoek te gaan naar mooie plekken, die in ochtend- en avondlicht veelbelovend zijn en mooie composities kunnen opleveren.

Het maken van een foto begint met kijken. Dit lijkt een open deur, maar dat is het zeker niet. Het verschil tussen een ‘kiekje’ en een ‘goede foto’ zit in de compositie van de opname. Voor het maken van een goede compositie bestaan geen vaste regels, maar er zijn wel een aantal handvatten die je kunnen helpen om tot een aantrekkelijk beeld te komen. Je kunt hierbij denken aan de invoerende lijn, standpunt, vlakverdeling, de regel van derden en voorgrond- en achtgrondelementen.

Om diepte in een foto te creëren kun je gebruik maken van de lijnen die in het landschap aanwezig zijn. De strekdam in de foto links begint linksonder in het beeld en leidt het oog naar de horizon. We noemen dit een invoerende lijn.

De kleuren zorgen voor een sterk contrast en leggen de aandacht op de strekdam die je door het beeld leidt.

De regel van derden is een gevleugeld begrip. Om deze regel uit te leggen zijn in de foto’s hiernaast vier lijnen getekend, die het beeld zowel horizontaal als vertikaal in drieën verdelen. Zo ontstaan er 9 vlakken en 4 kruispunten. Deze vlakverdeling kunnen we gebruiken als uitgangspunt om een compositie te maken.

Door het onderwerp om en nabij één van de kruispunten te positioneren, krijg je vaak een interessanter beeld dan dat je het onderwerp pal in het midden plaatst. De horizontale lijnen kunnen gebruikt worden om de plaats van de horizon te bepalen, zodat deze ook uit het midden geplaatst is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s