Archief voor de ‘De basis van fotografie’ Categorie

Calibreer je monitor

Geplaatst: 20 december 2011 in De basis van fotografie

Er zijn verschillende keuzes die je kunt maken als het aankomt op het werken met kleuren in je foto’s. Maar hoe kun je nu garanderen dat de kleuren die je op je monitor ziet ook zo over komen op andere monitoren of op een afdruk?

Hoe je kleuren ziet is afhankelijk van een groot aantal factoren, deze kunnen verschillen van moment tot moment. De kleuren in de omgeving van je monitor spelen een belangrijke rol, maar ook de kleurwarmte en hoeveelheid aanwezig licht, eventuele oogafwijkingen, je mate van vermoeidheid en zelfs je emoties op dat moment. En wat te denken van onze ingebouwde kunst om snel te wennen aan een wijziging; een andere monitor of tv voelt al snel weer als vanouds terwijl hij de eerste paar uur er toch echt anders uit zag qua kleurtemperatuur.

Kleurwaaier

… lees verder op Digitale fotografietips.nl

Advertenties

Keer op keer hoor ik de klacht ‘Als ik mijn foto’s open in Lightroom zien ze er fantastisch uit, maar dan veranderen ze en zien ze er afschuwelijk uit’. Als je in JPEG fotografeert, voegt je camera al in de camera contrast, verscherping en dergelijke toe. Fotografeer je in Raw, dan vertel je de camera dat hij alles aan contrast, verscherping en dergelijke moet uitschakelen. De eerste keer dat je een Raw-foto in Lightroom opent, zie je een scherpe, contrastrijke voorvertoning. Maar al snel verdwijnt die voorvertoning en zie je de ware Raw-afbeelding. Hier lees je hoe je een meer JPEG-achtig begin maakt.

Stap 1:
Ga in de module Ontwikkelen naar het deelvenster Camerakalibratie. Boven in dit deelvenster vind je de vervolgkeuzelijst Profiel met daarin een aantal profielen, gebaseerd op het merk en model van je camera. (Lightroom haalt deze gegevens uit de in het bestand opgeslagen EXIF- gegevens.)

Niet alle merken en modellen worden ondersteund, maar de nieuwste digitale spiegelreflexcamera’s van Nikon en Canon worden in elk geval ondersteund, evenals enkele modellen van Pentax, Sony, Olympus, Leica en Kodak. De profielen bootsen camera-instellingen na die je kunt toepassen op je JPEG-bestanden, maar die bij fotograferen in Raw worden genegeerd. Het standaardprofiel is Adobe Standard. Ik vind het nogal gewoontjes.

Stap 2:
Nu hoef je alleen maar elk profiel uit te testen en te kijken welke het beste resultaat geeft. In mijn ogen geeft een contrastrijk profiel met rijkere kleuren eerder het ef- fect van een JPEG. Meestal begin ik met het profiel Camera Standard (in plaats van het standaardprofiel Adobe Standard).

Ik kom zelden een foto tegen die er in Adobe Standard beter uitziet dan in Camera Standard, dus meestal kies ik voor die laat- ste optie.

Opmerking: Fotografeer je met een Canon of Pentax of een ander merk, dan zie je andere profielen. De profielen zijn gebaseerd op de namen die de camerafabrikanten aan de fotostijlen in de camera geven.

Stap3:
Fotografeer je landschappen (en wil je dat Fuji Velvia-effect), of wil je gewoon leven- dige kleuren, kies dan het profiel Camera Vivid. Dit profiel bootst de kleurinstelling Vivid na die je in je camera had kunnen kiezen.

Deze vind ik goed voor landschap- pen, maar meestal vergelijk ik het ook nog met het profiel Camera Landscape. Ik heb ontdekt dat het nogal van de foto afhangt welk profiel het beste werkt. Daarom raad ik je aan meerdere profielen uit te testen zodat je ontdekt welke het beste werkt voor de foto die je op dat moment bewerkt.

Opmerking: Ook als je in Camera Raw fotografeert, krijg je een aantal van deze profielen. Fotografeerde je in JPEG-modus, dan krijg je slechts één profiel: Ingebed.

TIP!: Maak je eigen profielen
Met het gratis programma DNG Profile Editor van Adobe, maak je je eigen profie- len. Je vindt het programma op het adres http://labs.adobe.com/wiki/index.php/ DNG-Profiles.

Stap 4:
Hier zie je een voor/na-vergelijking waar ik alleen maar het cameraprofiel Camera Vivid koos. Adobe zegt overigens niet dat deze profielen je het effect van een JPEG- afbeelding geven, maar volgens mij kom je aardig in de richting. Ik gebruik deze profie- len als ik mijn uitgangspunt meer richting de JPEG-afbeelding wil hebben die ik op de achterkant van mijn camera zag.

TIP!: Pas profielen automatisch toe.
Pas je op veel foto’s je favoriete profiel toe, ga dan naar de module Ontwikkelen, kies het profiel (en doe niets anders in deze mo- dule) en maak een voorinstelling met deze naam. Vanaf nu kun je de stijl automatisch toepassen op elke foto die je importeert. Kies dan eenvoudigweg deze voorinstelling in de vervolgkeuzelijst in het dialoogven- ster Importeren. (Zie pagina 158 voor meer informatie over voorinstellingen.)

(Bron: Fotografie.nl)

Het histogram van een opgenomen digitale foto kan achterop de digitale camera zichtbaar worden gemaakt en het is te gebruiken om de belichting te optimaliseren. We proberen hier met een cursus histogram inzicht te geven in hoe het histogram je kan helpen om tot een goed belichte foto te komen.

Voordat we het werken met het histogram gaan bespreken, moeten we eerst even stil staan bij twee andere zaken: hoe wordt de interne lichtmeting van een digitale camera geregeld en de daaruit volgende belichting en wat wordt er eigenlijk weergegeven in het histogram?

De camera probeert elke opname een helderheid van 50% grijs te geven.

Lichtmeting van een digitale camera

In elke digitale camera is een lichtmeter ingebouwd. Deze meet het gereflecteerde licht van het onderwerp en niet het opvallende licht, zoals met een losse lichtmeter kan. Welke deel van het onderwerp wordt gemeten, kan ingesteld worden. Bij Spotmeting wordt een concreet punt met een oppervlak van 2 tot 5% van het totaal zoekerbeeld gemeten. Bij Centrumgewogen meting wordt dat gebied uitgebreid tot een tiental procenten. Bij Matrixmeting (ook Patroon of Evaluatief) wordt met ‘intelligente’ algoritmen het hele zoekerbeeld geanalyseerd en op basis van deze meting worden sluitertijd en diafragma door de camera ingesteld. Als alleen het hoofdonderwerp juist belicht moet zijn, dan wordt veelal Spotmeting gebruikt, waarbij echter de kans bestaat dat de rest van de foto overbelicht wordt (donker hoofdonderwerp) of sterk onderbelicht wordt (helder hoofdonderwerp). Spotmeting wordt vaak bij tegenlicht gebruikt of als onbelangrijke heldere puntlichtbronnen in het onderwerp aanwezig zijn. Wil je dat de opname volledig binnen de mogelijkheden van het contrastbereik goed belicht is, dan verdient Matrixmeting de voorkeur.

Instellingen voor optimale belichting

Hoe de meetmethode ook is, bij elke gemeten waarde hoort een zodanige combinatie van gevoeligheid, sluitertijd en diafragma, dat de helderheid van de uiteindelijke opname overeenkomt met die van het oorspronkelijke onderwerp. Hoe ‘weet’ de camera welke combinatie tot de juiste helderheid leidt? Hiervoor is in het belichtingsprogramma ingebouwd dat de gemiddelde helderheid van de output 50% moet zijn. Met Matrixmeting betekent dat dus dat wanneer je de kleuren van de foto omzet naar helderheidswaarden (grijs) en deze door elkaar mengt, het hele plaatje middengrijs wordt (afb. 1). Voor 75% van de dagelijkse onderwerpen zal dit 50%-principe leiden tot een goed belichte opname. Waar gaat het mis? Bevat het onderwerp veel heldere elementen – witte kleding, een sneeuwvlakte, witte muur – dan zal de camera hiervan toch 50% grijs willen maken en wordt de foto dus onderbelicht. Zijn er veel donkere onderdelen in een onderwerp – nacht, zwarte kleding, donkere achtergrond – dan zal de camera de belichtingsvariabelen zo sturen dat ook nu een 50% grijs plaatje ontstaat, dus overbelicht. Je kunt zelf de proef op de som nemen door in de P-stand van de camera zonder belichtingscorrectie een foto te nemen van een wit, van een grijs en van een zwart vel papier. De drie opnames zullen dan hetzelfde resultaat opleveren, zijnde 50% grijs, waarbij dus alleen de foto van het grijze papier juist belicht is en overeenkomt met de werkelijkheid.

Belichtingscompensatie

Om de juiste belichting te krijgen, moet het principe van het belichtingsprogramma worden aangepast. Een digitale camera is daartoe uitgerust met de zogeheten Belichtingscompensatie (Exposure Compensation). Als je een wit, helder onderwerp goed wil belichten, dan moet met positieve waarden van de belichtingscompensatie gewerkt worden en bij een donker onderwerp is de belichtingscompensatie negatief. De eenheid van de belichtingscompensatie is Ev (Exposure Value), wat overeenkomt met een stop (tweemaal meer of minder licht). Het witte vel papier of een geheel witte skipiste fotografeer je met +2 Ev (twee stops overbelichten) en een nachtopname met -2 Ev (twee stops onderbelichten).

De verdeling van de helderheid van de verschillende kleuren in het histogram.

Het histogram

De helderheid van een opname is dus afhankelijk van diverse factoren en kan door de fotograaf worden beïnvloed met lichtmeetmethode en belichtingscompensatie. Omdat het voor het menselijke oog niet eenvoudig is om de helderheid van een onderwerp in te schatten, vanwege zijn grote dynamische bereik en accommodatievermogen, heb je als fotograaf een hulpmiddel nodig om de helderheid te kunnen beoordelen. Hiertoe is het histogram ontwikkeld. Het is een grafische weergave van de helderheidsverdeling van de kleuren van de pixels. In 256 stappen worden van geheel zwart (links) en geheel wit (rechts) alle gradaties van grijs van de afzonderlijke pixels opgeteld. In veel gevallen lijkt het op een soort bergetappe-diagram van de Tour de France (afb. 2).

De helderheid van de primaire kleuren en de hoogte afhankelijk van het aantal pixels.

Kleurhelderheid

Elke kleur heeft zijn eigen helderheid en veroorzaakt een piek op een bepaalde plaats in het histogram. De hoogte van de piek is afhankelijk van het totaal aantal pixels met die helderheid (afb. 3). Die hoogte is echter relatief. Zijn alle helderheden in ongeveer gelijke hoeveelheid aanwezig, dan zijn alle ‘bergen’ hoog. Is één helderheid overheersend in het onderwerp, dan zullen de pieken van de andere helderheden laag worden weergegeven (afb. 4).

Gelijke aantallen pixels van verschillende helderheid (links) en groot aantal pixels van ongeveer gelijke helderheid (rechts).

Diagram lezen

In principe loopt bij de meeste onderwerpen het histogram van geheel links naar rechts. Begint het diagram meer naar rechts en ligt de piek ook verder naar rechts, dan kan dit betekenen dat de foto overbelicht is. Eindigt het diagram niet uiterst rechts en ligt ook het zwaartepunt naar links, dan kan de foto onderbelicht zijn (afb. 5). Voor ‘normale’ onderwerpen is een histogram dat over de gehele breedte verdeeld is met de piek in het midden het ideale diagram duidend op een goede belichting. Toch kan dit niet als standaard worden genomen, omdat er omstandigheden zijn waarbij het histogram juist een afwijkende vorm moet hebben.

Goed belicht, overbelicht en onderbelicht.

Verzadiging en contrast

Een nachtfoto (low key), een foto van een wit voorwerp op een witte achtergrond (high key), een foto met weinig contrast of juist heel veel. Al deze voorbeelden hebben een niet-ideaal verlopend histogram en zijn toch goed belicht (afb. 6a, b, en c). Ook hoeft het zwaartepunt niet altijd in het midden te liggen. Zijn er veel blauwe tinten aanwezig, dan zal de piek meer naar links liggen dan bij veel gele gradaties, omdat blauw van zichzelf een geringe helderheid heeft dan geel (afb. 7). Tenslotte spelen ook de verzadiging en het contrast nog een rol. Worden de kleuren minder verzadigd of contrastrijk gemaakt, dan zal het histogram naar het midden worden gedrukt en bij grotere verzadiging of contrast (S-curve) wordt het diagram verbreed (afb. 8).

Onderwerpen met afwijkende histogrammen.

Belichten op het histogram

Met het inzicht welke factoren de belichting bepalen en wat het helderheidshistogram op de camera betekent, kan dit histogram een goed hulpmiddel zijn bij het bepalen van de juiste belichting van een onderwerp. Over het algemeen zal de lichtmeting van de camera weinig steekjes laten vallen en hoef je slechts bij de genoemde afwijkende omstandigheden in te grijpen door de lichtmeetmethode aan te passen of de belichting te compenseren. Een belangrijk facet hierbij is het voorkomen van geheel zwarte of geheel witte pixels. Omdat dit lastig te zien is in het histogram, kennen veel camera’s een soort belichtingsalarm, waarbij in de terugkijkweergave witte pixels, en soms ook zwarte, een kleur krijgen of gaan knipperen. Zijn dit onderdelen van het onderwerp die niet relevant zijn, dan kun je de belichting zo laten. Is er wel detail in deze gebieden vereist, dan zal de belichting moeten worden aangepast.

De invloed van kleur op de ligging van het histogram.

Kleurnauwkeurigheid en belichtingsruimte

Het histogram dat wordt vertoond, heeft betrekking op 8-bits JPEG en een overbelicht onderdeel (255, 255, 255) zal nooit meer detail kunnen bevatten. Zie je echter knipperende hooglichten en neem je op in RAW, dan is met Exposure en Recovery in de RAW-conversie vaak toch nog detail te herstellen. Deze digitale belichtingscompensatie komt echter de kleurnauwkeurigheid van de herstelde hooglichten niet ten goede en daarom blijft nauwkeurig belichten, ondanks de extra belichtingsmarge bij fotograferen in RAW, erg belangrijk.

Invloed van verzadiging en contrast op de vorm van het histogram.

Conclusie cursus histogram

Het histogram is een goed hulpmiddel om op de camera de juiste belichting te kunnen bepalen. Gezien de veelheid aan onderwerpen kan het echter vele gedaanten aannemen en is geen enkel verloop van het histogram de ideale standaard. Door te fotograferen in RAW (12- of 14-bits), krijg je meer belichtingsruimte dan in JPEG (8-bits), maar dat geeft niet de vrijheid om slordig te gaan fotograferen. Werk je in JPEG met onderwerpen met hoge contrasten of veel heldere kleuren, neem dan op in Adobe­RGB en houd de verzadigings- en contrastinstellingen van de camera zeer gematigd, om zo het histogram (en daarmee het detail) letterlijk binnen de perken te houden. In Photoshop kun je de opname dan vervolgens gecontroleerd fijnregelen.

Auteur: Pieter Dhaeze

(Bron: Focus.nl)

Veel digitale spiegelreflex camera’s beschikken tegenwoordig over een filmfunctie. Het is ook niet waarschijnlijk dat er nog veel camera’s uit zullen komen die geen filmfunctie hebben. Als fotograaf is het even wennen met de nieuwe filmmogelijkheden. Reden genoeg om hier even dieper in te duiken.


Revirie, door Vincent Laforet

Vincent Laforet liet de wereld in 2009 zien wat er mogelijk was op het gebied van video met behulp van een spiegelreflex camera. In één weekend schoot hij, op eigen kosten, bovenstaande video nog voordat de Canon 5D mark II op de markt was. Later mocht Vincent zijn kunsten betaald inzetten bij de introductie van de Canon 1D mark IV.

De Canon 5D mark II was niet de eerste camera met HD video, Nikon bracht een maandje eerder de Nikon D90 uit die als eerste spiegelreflexcamera beschikte over HD video. Overigens maakt de Canon gebruik van full-HD, terwijl de D90 het met 720p video moest doen.

Verschil met een camcorder

De videofuncties van een digitale spiegelreflex camera zijn niet te vergelijken met die van een camcorder. Camcorders zijn specifiek voor video gemaakt en dat is duidelijk terug te zien in het gebruiksgemak. Zo is een camcorder vele malen makkelijker vast te houden tijdens het filmen en is de bediening tijdens het filmen gemakkelijk beschikbaar.

Wat erg interessant is aan video op een spiegelreflex is de kwaliteit van de objectieven; de grote beeldsensor en de mogelijkheid om te spelen met de scherptediepte. De gemiddelde camcorder neemt beelden op die over een zo groot mogelijk gebied scherp zijn. Dit komt mede door de kleinere sensoren die deze camera’s gebruiken.

Bij een digitale spiegelreflexcamera kun je wel prima spelen met een kleine scherptediepte. Als je dit effect gebruikt in een video krijgt de opname direct een professionele uitstraling. Met behulp van de kleine scherptediepte kun je de aandacht in je opname uitstekend op je onderwerp leggen terwijl de rest van het beeld wazig wordt weergeven.

Een digitale spiegelreflexcamera geeft je daarbij de mogelijkheid om te filmen met een bijzonder objectief. Denk bijvoorbeeld aan opnames met een sterk teleobjectief, een fish-eye of met een bijzondere lens als de Lensbaby.


Het bijzondere effect van de Lensbaby is nu ook tijdens video opnamen te gebruiken.

Dat een fotocamera eigenlijk niet gemaakt is voor filmopnamen blijkt uit het rolling shutter effect. Dit effect treed op bij snelle camerabewegingen of snel bewegende onderwerp en heeft te maken met de manier waarop een CMOS sensor uitgelezen wordt. In sommige situaties kan dit effect vervelend zijn, maar als je er rekening mee houdt valt er doorgaans aardig omheen te werken.

HD formaten

Er zijn een aantal verschillende zogenaamde High Density (HD) formaten. Een eerste verschil zit in resolutie. Zo heeft de 720p standaard een resolutie van 1280 bij 720 pixels. Daarnaast bestaat er het betere 1080p formaat. Beelden worden hierbij vastgelegd op 1920 bij 1080 pixels. Van beide varianten bestaat ook nog een zogenaamde interlaced versie. Hierbij mis je eigenlijk per beeld de helft van de beeldlijnen. De beeldkwaliteit is hierbij daarom slechter.

Deze resoluties, in combinatie met 20 tot 30 beelden per seconde, resulteren wel in grote videobestanden. Het opnemen van een full-HD video kost je dus veel geheugenruimte op je kaartje, maar ook bij opslag op je computer. Iets om rekening mee te houden als je veel met video aan de slag wilt gaan.

Scherpstellen

Een tekortkoming in de oudere modellen camera’s is het ontbreken van autofocus mogelijkheden tijdens het filmen. Je kunt dan gebruiken maken van de zogenaamde contrast-focus autofocus (een trage manier van scherpstellen) en gedurende de opname is alleen het handmatig scherpstellen mogelijk.

Wil je tijdens de opname scherp kunnen stellen dan moet je dus goed geoefend zijn in het werken met de handmatige scherpstelling. Waar je tijdens het maken van foto’s nog eens ongestraft de scherpstelring de verkeerde kant op kunt draaien is dit tijdens een filmopname natuurlijk direct te zien.

Een slimme manier om hier mee om te gaan is eerst scherp te stellen voordat je begint te filmen. Vanuit live-view kun je inzoomen op je onderwerp om te controleren of het beeld inderdaad goed scherp is. Een handige manier om je scherpstelling te controleren. Kijk vervolgens of je de actie die je wilt vastleggen binnen je scherpstelgebied kunt houden.

Zo voorkom je dat je tijdens de opname aan de scherpstelling hoeft te draaien. Stel dat je iemand door het beeld wilt laten lopen dan kun je vooraf op de vloer aangeven binnen welk gebied je acteur moet blijven. Zo kun je een scene opnemen zonder een verandering in het scherpstelgebied.

Om het scherpe gebied groot genoeg te maken moet je wellicht je diafragma wat verder sluiten. Een groter diafragmagetal (kleine opening) zorgt voor een grotere scherptediepte. Dit werkt tijdens het filmen net zo als tijdens het fotograferen. Hoe groter het diafragmagetal, hoe groter het scherpe gebied in je opname.

Bij de nieuwste camera’s is te zien dat de autofocus mogelijkheden ook tijdens het filmen steeds beter worden. Vooral Sony is op dit gebied ver.

Statief

Een foto vanuit de hand maken is eenvoudig. Met video wordt het een stuk lastiger. Wanneer je met video werkt wordt het beeld getoond op de achterkant van je camera. Je kunt je camera dus niet voor je oog houden en tegelijkertijd stabiliseren met je armen tegen je lichaam zoals je waarschijnlijk gewend bent.

Wanneer je de camera van je lichaam houdt om achterop het schermpje te kunnen kijken komt er al snel meer trilling in je beeld. Voor bruikbare beelden zul je dus een statief nodig hebben. Een echt videostatief is doorgaans iets anders dan een statief voor fotografie, maar vaak is een fotostatief ook prima in te zetten voor film.

Behalve statieven die je op de grond zet zijn er ook mooie oplossingen om de camera tegen je lijf te dragen. Zacuto en Redrock Micro zijn twee fabrikanten die op dit gebied mooi (maar prijzig) materiaal aanbieden.

Het is verstandig om je camera vast te zetten op een statief en je onderwerp te laten bewegen. Werk met verschillende camera standpunten om te voorkomen dat je video saai wordt. In de montage achteraf op je computer kun je de verschillende standpunten in veel gevallen nog mixen voor een dynamischer effect.


Doritos reclame geschoten met de Nikon D90

Audio

Een belangrijk onderdeel van video is het geluid dat erbij zit. Goed geluid kan een video echt een extra dimensie geven. Op alle digitale spiegelreflexcamera’s die over videomogelijkheid beschikken zit een minuscuul microfoontje. De geluidskwaliteit die hiermee opgenomen kan worden is op zijn best matig te noemen.

Gelukkig bieden sommige camera’s (zoals de Canon 5D mark II) de mogelijkheid om een externe microfoon op de camera aan te sluiten. Helemaal optimaal is het gebruik van separate audio opname. Dat kan bijvoorbeeld met een recorder zoals de Zoom H4n of de Beachtek (prijzen van 200 tot 400 euro). Nadeel is dan dat dit je in de nabewerking wat extra werk oplevert om het geluid te synchroniseren met het beeld.

Zoom H4n

Beelden per seconde

Voor (bioscoop)film is de standaard 24 beelden per seconde. Niet alle camerafabrikanten ondersteunde deze standaard in hun eerste modellen. Inmiddels lijken alle nieuwere spiegelreflexcamera’s die ook kunnen filmen hier rekening mee te houden.

Een veel gebruikte alternatieve instelling is 30 beelden per seconde. Nu is er best voordeel te vinden bij het gebruik van 30 beelden per seconde; het beeld wordt er namelijk wel net wat vloeiender door. Prima wanneer je het bijvoorbeeld wilt gebruiken voor vertoning op het internet.

Idealiter kan er in de camera ingesteld kunnen worden welke framerate er gebruikt wordt; zo kun je de beste instelling voor jouw toepassing selecteren. Veel van de nieuwste modellen ondersteunen dit inmiddels. Sommige oudere modellen zijn dit ook gaan ondersteunen middels firmware updates.

Aan de slag

Filmen met een digitale spiegelreflex staat nog in de kinderschoenen. Dat neemt niet weg dat er nu al prachtige resultaten te bereiken zijn met deze fotocamera’s in de filmstand. Als fotograaf heb je de kijk op mooi licht en geslaagde composities al.

Nu je de mooie kleine scherptediepte en uitstekende beeldkwaliteit uit je foto’s ook terug kan laten komen in video opnamen wordt het gebruik van video echt interessant. Het is dus zeker de moeite om als fotograaf ook eens een kijkje te nemen in de mogelijkheden van video. Beide zijn in veel gevallen ook prachtige te combineren voor digitale presentaties.

(Bron: Photofacts.nl)

De regel van derden

Geplaatst: 18 juni 2011 in De basis van fotografie

Als je een foto maakt zijn er bepaalde ‘regels’ die je kunt volgen om een goede compositie te krijgen. Eén van de bekendere regels is de Regel van Derden. Het is een simpele regel en ook nog eens uiterst effectief. De Regel van Derden is een eenvoudige manier om een interessantere compositie in je foto’s te krijgen.

Wat is de Regel van Derden? Om de Regel van Derden te gebruiken deel je een foto op in negen vlakken. Dit doen je door (denkbeeldig) twee lijnen over je beeld te tekenen op gelijke afstand van elkaar en van de rand. Dit doe je zowel horizontaal als verticaal. Wanneer je een compositie maakt gebruik je deze lijnen om je onderwerp te plaatsen. Je kan een onderwerp (of een horizon in een foto van de zee bijvoorbeeld) op één of meer van de lijnen plaatsen. Het beste punt om je onderwerp te plaatsen is op (één van) de punten waar de lijnen elkaar kruisen. Veel eenvoudiger kan het maken van een goede compositie amper worden.

Sommige camera’s kunnen deze lijnen ook al in je zoeker of tijdens live-view laten zien. Bij een spiegelreflexcamera kun je meestal ook een ander matglas aanschaffen en gebruiken om de lijnen altijd in beeld te hebben. Je foto hoeft niet per se de 3:2 verhouding te hebben om te werken. De Regel van Derden werkt ook prima op een vierkante afbeelding of bij een andere verhouding.In populaire bewerkingssoftware, zoals Lightroom, kun je de lijnen laten verschijnen. Het uitsnij-gereedschap in dit programma laat standaard de lijnen zien van de Regel van Derden.

De regel breken Zoals alle regels is ook de Regel van Derden gemaakt om gebroken te worden. Wellicht dat je de regel beter kunt zien als een richtlijn (al klinkt ‘Richtlijn van Derden’ toch niet zo lekker). Je hoeft de regel niet te volgen om een goede foto en compositie te maken. Het kan je echter wel helpen. Er worden natuurlijk veel prachtige foto’s gemaakt die de regel niet volgen. Maar als je een regel gaat breken dan is het meestal wel slim om de regel te kennen. Dan kun je zelf bepalen of het breken van de regel leidt tot een betere foto..

(Bron: Photofacts.nl)

Belichting voor portretfotografie is niet eenvoudig. Hier een erg goede tutorial van Zoom.nl over werken en spelen met licht.

(Bron: Zoom.nl)

Een handige tutorial voor table top product fotografie met behulp van 1 hoofdlicht en meerdere spiegels.

Klik hier voor de tutorial